Dit keer liep ik gelijk naar de Grote Rietplas. Niet eerst een rondje bos en paddo's. De zon scheen, de lucht was verdacht blauw. Op het eilandje zat nog een klein deel van de grote groep Grote Canadese ganzen, die hier al een poos bivakkeert. Een heel groot deel lag in het water, beetje peddelend, zo van, waar zullen we nou heen? Wat zullen we nou doen?

Achter het eilandje zat nog een groot deel van de groep. Al met al schat ik 200 ganzen inclusief de Nijlganzen die onrustig heen en weer vlogen. Op het eiland stond het groepje Canadezen te gakken en te roepen alsof het een wedstrijd Ajax - Feijenoord betrof. De ganzen in het water kwamen weer terug gecruised, enkele vlogen door het zwerk voor een rondje. De vorige keer lag het ganse zwikkie lui op de grond gedrapeerd over het hele eiland. Nu was het chaotisch. Alsof ze wachtten op het startsein en zich op verschillende verzamelpunten verzamelden tot de fluit zou gaan.

 

Ik heb ze een hele tijd staan bestuderen. Een paar bloemetjes bloeiden nog op het schiereilandje waarvandaan ik de ganzen bespiedde. Er waren nog wat bloemetjes van de cichorei, malva's en duizendblad.

Er dwarrelde een klein vlindertje voorbij. Ik volgde de vlucht en daar landde het op de kale droge grond.

 

De ganzen op het eilandje vlogen plotseling ook op, ze konden het blijkbaar niet meer uithouden om alleen aan de kant te staan roepen.

Ze schaarden zich bij de groep die voor het strand bij Parc Sandur aan het dobberen was. Er was een hele hoop onrust in de lucht. Ben benieuwd of ze er morgen nog zijn. Als het weer zo'n mooie dag is, ga ik even langs. Of niet. Want misschien is het er dan heel erg stil.

met nog een paar Nijlganzen, handjevol meeuwen als het meezit. En een enkele witte kwikstaart langs de waterkant.

 

Ik ging maar huiswaarts, daar mijn benen het lopen niet zo zagen zitten. Ik liep over het vertrouwde veldje langs een bosperceel. Daar hoorde ik een Roodborstje en zag iets in de struiken bewegen. Voor het bos lag een uitgedroogde kale stam met een bruinrode heidelibel erop.

 

Een mevrouw met haar hond kwam naar me toe. Nu moet ik toch echt weten wat je daar ziet, je maakt me nieuwsgierig. Ik zei, ach het is maar een libel. (omdat mensen altijd grootse dingen verwachten, zoals zeldzame vogels)

Ik wees naar de libel op de stam. Waar dan? Nou daar, ik wees met mijn stok. Oh daar! Prompt kwam een tweede libel de zonnebader storen en vlogen ze samen op.

De vrouw zei nog, nou jij hebt een hele camera! Ik dacht, huh? Wat zegt u? Jij hebt een hele camera, herhaalde ze.

Tja, ik kon geen halve krijgen, antwoordde ik. Ze moest even lachen.

Dat zou me wat wezen, een halve camera hihi. Maar ja, mijn camera lijkt met de zonnekap op veel groter dan ie is. 

 

Ik miste met 300 mm lens toch weer de lengte, dus vandaag ook wat meer in de breedte gekiekt. Dan mis je ook weer die breedte van een korte lens, maar toch viel het me al met al best mee. Leuk, die vergezichten over het water met al die ganzen. 

Gaan ze wegtrekken? Waar gaan ze naar toe? Hoe zal het ze vergaan? 

Nou ja. Ik moet maar es een broodje gaan eten. 

Later.

 

Grote Centaurie, (Centaurea scabiosa)

De grote centaurie (Centaurea scabiosa) is een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae). De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeldzaam en matig afgenomen. 

Een soort Malva. 

Duizendblad

Duizendblad (Achillea millefolium) is een plant uit de composietenfamilie. De soortaanduiding millefolium verwijst naar het dubbel veerdelige blad, waardoor het lijkt of het uit zeer veel kleine blaadjes bestaat. De geslachtsnaam is afgeleid van Achilles, die duizendblad met zijn legers meenam voor de behandeling van krijgswonden.

Kleine Vuurvlinder

De kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) is een vlinder uit de familie Lycaenidae (de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes).

Cichorei

Cichorei (Cichorium) is een geslacht uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae). Tot dit geslacht behoren onder meer witlof (witloof) en andijvie.

Een distel

Bruinrode heidelibel

35-44 mm. Heidelibel met weinig opvallende kenmerken. Poten zwart met gele strepen. Dijen van de voorste poten meestal driekleurig: zwart-geel-zwart. Het zwarte streepje op het voorhoofd (tussen de ogen) stopt bij de oogranden en loopt niet of nauwelijks langs de oogranden naar beneden (de zogenaamde ‘hangsnor’ ontbreekt).