Er stond nog wel een frisse wind. Gelukkig, want dan kon ik mijn nieuwe 15 jaar oude jack nog aan. Sinds ik daarin heb geschilderd voel ik me er heel senang in. Zou het naar de Kringloopwinkel brengen.

 

Licht, warm en je kan er je armen goed in omhoog doen, met de camera. Om de vogeltjes te fotograferen, die meestal vrij hoog in de bomen zitten. De verf van het horrorhuis heb ik er wonderlijk genoeg vanaf gekregen. Met Vaporub! Overal goed voor.

 

Het was meer wit dan zwart. Het jack was nog van onze jongste dochter, toen zij een puber was. Van Wonderwoman, ook al failliet.

Ik dacht dat ik er veel te oud voor was, maar sinds ik het met trots draag, zie ik ineens allemaal dames op leeftijd in korte jacks rondlopen. Het lijkt wel een mazelen epidemie.

 

Ik let eigenlijk amper op kleding of mode, en zeker niet sinds we in Drenthe wonen. Kan niet zeggen dat we hier qua mode nou zo goed scoren. Dacht het niet. Simpele schoenen, in het centrum een zee van lubberende spijkerbroeken, een trui of shirt, een jas. Dat is het wel. 

De vogeltjes zien er altijd mooi uit. Niet dat ze er niets aan hoeven te doen. Je veren op orde houden is best nog een werkje. 

Vandaag waren de staartmezen zich voor elkaar aan het uitsloven. Getril met staarten, gedraai op de tak afgewisseld met dromerig in de verte staren, Naar wat, naar wie, welke hunk van een mees? 

Meestal hippen ze voortdurend van tak naar tak. Had ze nog niet eerder zo lang stil zien zitten. Maar ik stond verkeerd in het licht te kieken. Kon niet anders helaas. 

 

De mooiste zanger van de dag was de winterkoning. Als die zijn bek open trekt....

Bekje. Altijd een kunst om hem te vinden. Klein bruin parmantig vogeltje.

 

Dan te bedenken dat er een periode was in mijn leven, eerlijk gezegd, het grootste deel, dat ik hem nog nooit gezien had. En hij mij niet haha. 

De eerste keer dat ik hoorde van een Winterkoninkje, dacht ik aan aardbeien of een vogel met een kroontje, die hier alleen in de winter was.

 

Gelukkig ben ik ontwaakt. Dat beetje natuur hier, is wonderschoon. Elk klein stukje, bloempje. Sta ik in mijn winterjack, met de armen vermoeid in de lucht om vogeltjes te schieten, komt er geheid iemand langs, en vraagt dan de bekende vraag: nog iets speciaals? Ik zei, nee, niets speciaals, want als ik van wal steek met te zeggen, elke vogel is speciaal, en dat het een sport is en een genoegen, voor zover mijn armen er niet afvallen, om ze te pakken te krijgen, dan zouden ze me waarschijnlijk niet begrijpend aankijken, of begrip veinzen en denken, get a life.

 

Ach ja. Toen ik naar huis liep had ik de jas los. Het werd te warm. Morgen nog warmer. Dan hang ik het oude nieuwe ding maar weer in de kast. 

Bijna Pasen. Paasvuur is al weer achter de rug. Ging er de hele dag over, en nee, het doet me nog steeds niks.

700 miljoen al opgehaald voor een kathedraal, waar eerst weinig geld voor was en nu door dat lapwerk in de hens is gegaan.

700 miljoen wordt er uit de mouw geschud. Ik kan alleen maar denken aan alle andere goede doelen, onderzoeken, voedsel.

De kathedralen slurpen al zoveel geld door de eeuwen heen. Maar dit gebouw is het hart van Frankrijk blijkbaar, nu ineens.

 

Mijn hart zit buiten, in de boom. In het gras, in de lucht. Als de meeuw, die net moest schijten. Flats! 

 

(morgen even een pagina maken van het Oranjetipje en Bont Zandoogje, 

die hadden er allang moeten zijn. er is ook zoveel! welterusten)

 

 

 

Dagpauwoog