Witsteelfranjehoed, Psathyrella piluliformis

De Witstellfranjehoed is een herfstpaddenstoel. Naar de aard van de franjehoeden en de zwavelkopjes groeit de soort in grote bundels op loofhout, vooral op stronken van beuken.

Als de hoed door en door vochtig is, kleurt hij effen honingbruin. Bij warm weer droogt hij vanuit het midden uit. Door zijn tweekleurigheid, lijkt de Witsteelfranjehoed dan sterk op het Stobbenzwammetje (Pholiota mutabilis). Van onderaf gezien zijn er echter heel duidelijke verschillen met deze bundelzwam: de bleekwitte steel is glad en zonder ring, en de plaatjes zijn lilagrijs tot purperbruin. Van het gedeeltelijk omhulsel, dat in het begin de plaatjes verbergt, blijven de resten als een zoom aan de hoedrand bewaard.

Het is niet onmogelijk dat u de Witsteelfranjehoed nog laat in oktober in verse toestand aantreft. Hoed en steel bestaan uit zacht vlees en zijn dus allebei bruikbaar voor consumptie.

In West- en Midden-Europa komen minstens negentig soorten voor van het geslacht van de franjehoeden, Psathyrella, en ongeveer de helft daarvan is bij ons inheems. Al deze paddenstoelen zijn zonder uitzondering in het bezit van violetbruine sporen en de meeste zien eruit als kleine mycena's. Sommige soorten groeien op brandplekken.