De Nevelzwam, clitocybe nebularis 

De Nevelzwam werd [ ...]  tot het geslacht van de schijnridderzwammen (Lepista) gerekend, maar tegenwoordig is hij ondergebracht in het geslacht Clitocybe. De gewelfd gebochelde hoed paste altijd al slecht bij het beeld van een schijnridderzwam. Met zijn licht langs de steel aflopende, geelachtige plaatjes en de roomkleurige in plaats van roodachtige sporen vormt hij binnen het geslacht Clitocybe echter een uitzondering.

Wel is hij vaak samen met de Paarse Schijnridderzwam (Lepista nuda) te vinden. Bij beide soorten groeit het mycelium in de zachte boshumus naar alle kanten even ver uit, waardoor dichtbegroeide heksenkringen ontstaan met een doorsnede van verscheidne meters. Vooral vanaf september, de belangrijkste tijd voor de Nevelzwam, zijn de twee soorten naast elkaar in dezelfde bossen te vinden.

Jonge exemplaren van de Nevelzwam worden voor consumptie bijzonder gewaardeerd. Iets oudere, er nog uitstekend bruikbaar uitziende paddenstoelen kunnen echter schadelijk zijn voor de gezondheid.

De Giftige Satijnzwam (Entoloma sinuatum) wordt soms voor de Nevelzwam aangezien. Verschillen zijn de robuuste steel en de eerst gelige, later roze wordende, niet aflopende plaatjes van de giftige soort. Uit Reader's Digest,Paddenstoelen, 1983.