Berkenzwam, Piptoporus betulinus

Waar afstervende berken staan, hoeft u niet lang naar de Berkenzwam te zoeken. Volledig ontwikkelde consoles zitten dikwijls op onbereikbare hoogten op de stammen. Is een vermolmde boom omgevallen, dan lopen op de liggende stam en de dikste takken nieuwe vruchtlichamen uit en wel in een rechter hoek op de eerder op de staande stam gevormde zwammen. Ze reageren namelijk op de zwaartekracht, waardoor de buisjes altijd precies verticaal gericht staan. Het voordeel hiervan is dat de sporen ongehinderd naar beneden kunnen vallen. 

De buisjeslaag is bij de Berkenzwam makkelijk van het hoedvlees los te maken. Het witte vlees is elastisch, later taai en oneetbaar. Het vruchtlichaam begint als een witte knobbel en ontwikkelt geleidelijk de nier- en schelpvorm. Aan de bovenkant zit een korte, later bultvormige schijnsteel. 

Berken die op vochtige, beschaduwde plaatsen groeien, zijn bijzonder vatbaar voor deze parasiet. Andere boomsoorten laat hij met rust en gekapte gezonde berken zijn ook veilig voor hem. Deze en hun stompen worden bevolkt door het Fopelfenbankje of de Gewone Paatjeshoutzwam (Lenzites betulinus), het Gewone Elfenbankje (Trametes versicolor) en tal van andere houtzwammen.