Akelei (Aquilegia) is een geslacht van kruidachtige, winterharde, vaste planten uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). Er zijn ongeveer 120 soorten. De soorten hebben drielobbige bladeren en opvallende bloemen in diverse kleuren.

De meeste soorten bloeien grofweg van half april tot half juli.

Dophei (Erica) is een geslacht van planten uit de heidefamilie (Ericaceae).

Alle leden van het geslacht hebben kleine altijdgroene, naaldachtige bladeren van 2-15 mm lang in kransen van drie of vier. De viertandige bloemkroon met vrije meeldraden is omgegeven door een groene kelk (vleeskleurig bij Erica carnea). Erica sicula heeft meestal een vijftandige bloemkroon.

De grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica) is een plant uit de waterweegbreefamilie (Alismataceae). Deze soort komt voor in de modder of het ondiepe water van sloten, meren en plassen. De plant wordt 20-100 cm hoog en heeft drie kroonbladeren.

Akelei (Aquilegia) is een geslacht van kruidachtige, winterharde, vaste planten uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). Er zijn ongeveer 120 soorten. De soorten hebben drielobbige bladeren en opvallende bloemen in diverse kleuren.

De meeste soorten bloeien grofweg van half april tot half juli.

De witte waterlelie (Nymphaea alba) is een algemeen voorkomende waterplant met drijvende bladeren. De witte waterlelie groeit in stilstaand en zwak stromend water met een diepte van maximaal 1,5 m. Tegen watervervuiling is de plant redelijk goed bestand.

De avondkoekoeksbloemwitte silene of lijnkruid (Silene latifolia subsp. albasynoniemenMelandrium albumSilene pratensis of Lychnis vespertina) is een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). Het is een tot 1 m hoge, algemeen voorkomende , eenjarige tot vaste plant. De soort dankt zijn naam aan de bloemen, die 's avonds open staan. Ze wordt soms als een hybride tussen de dagkoekoeksbloem (Silene dioica) en de nachtkoekoeksbloem ( Silene noctiflora) beschouwd.

Duizendblad (Achillea millefolium) is een plant uit de composietenfamilie. De soortaanduiding millefoliumverwijst naar het dubbel veerdelige blad, waardoor het lijkt of het uit zeer veel kleine blaadjes bestaat. De geslachtsnaam is afgeleid van Achilles, die duizendblad met zijn legers meenam voor de behandeling van krijgswonden.

De Amerikaanse vogelkers of bospest (Prunus serotina) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). De soort is in Nederland en België geïntroduceerd en vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw als vulhout in de bossenaangeplant.

Lijkt op Stinkende gouwe maar is het volgens mij niet. Teveel kroonbladen.

Grote wederik (Lysimachia vulgaris) is een vaste plant uit het geslacht wederik (Lysimachia).

Look-zonder-look (Alliaria petiolatasynoniemAlliaria officinalis of Sisymbrium alliaria) is een algemeen voorkomende plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Binnen de kruisbloemenfamilie is de soort gemakkelijk te herkennen aan de witte bloemen, het blad en de geur. Na het wrijven van een blad komt er een geur vrij die volgens sommigen op uien lijkt, maar door de meeste mensen als knoflook wordt aangeduid. De plant dankt hieraan ook zijn naam; het ruikt naar look maar is botanisch niet verwant aan look.

Geen idee wat dit voor plantje is.

De watermunt (Mentha aquatica) is een vaste plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De soort komt voor in EuropaNoord-AmerikaAziëAfrikaAustralië en Nieuw-Zeeland. De plant groeit vooral langs en in het water en in natte weilanden en bloeit van juni tot eind oktober.

Lupine (Lupinus) is een geslacht uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Het geslacht telt zo'n 200 soorten[1]en kent vele hybriden en cultivars. In Noordwest-Europa komt alleen de vaste lupine (Lupinus polyphyllus) in het wild voor. Deze soort is in de 19e eeuw uit Noord-Amerika ingevoerd.

Bloeiend gras.

De pinksterbloem(Cardamine pratensis), is een plant uit de kruisbloemenfamilie. De soort is inheems en algemeen in Nederland en België.

De soort kan tot 50 cm hoog worden. De plant heeft een bladrozet. De stengel is hol en rond. De bladeren zijn samengesteld. De deelblaadjes van het bladrozet zijn kort en breed en vaak bochtig getand. De stengelbladeren zijn smal en lang. De vrucht is een hauw. Deze zijn bij de pinksterbloem smal en maximaal 5,5 cm lang.

Het (knikkendwilgenroosje (Chamerion angustifolium (L.HolubsynoniemChamaenerion angustifolium (L.) Scop.basioniemEpilobium angustifolium L.) is een overblijvende, kruidachtige plant uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae). De Nederlandse naam wilgenroosje is afgeleid van de gelijkenis van de bladeren met die van wilgen. De soortaanduiding angustifolium betekent smalbladig.

Roos in onze tuin.

De grote engelwortel (Angelica archangelica) is een plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae). De plant wordt ook wel aartsengelwortel genoemd. Het is een plant van natte, zeer voedselrijke grond aan waterkanten (onder meer bij het IJsselmeer), rivieroevers en in grienden. De grote engelwortel wordt ook gekweekt in tuinen.

Courgette, denk ik.

De Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) is een eenjarige, kruipende en soms klimmende, kruidachtige plant uit de familie Tropaeolaceae.

De gladde, grauwgroene bladeren herinneren aan een wapenschild. Dat heeft aan de naamgeving bijgedragen, want de botanische naam Tropaeolum is afgeleid van het Latijnse woord "tropaeum", waarmee een met wapens behangen boom als een teken van de overwinning werd aangeduid

Het madeliefje (Bellis perennis) is een kleine vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae) die tot 15 cm hoog wordt. De naam Bellis perennis betekent eeuwige schoonheid of 'alle jaren mooi'. Bellis is afgeleid uit het Latijn en betekent mooi, perennis betekent "overjarig" (vaste plant). De Nederlandse naam Madeliefje is mogelijk afkomstig van maagde-lief, omdat het bloempje vroeger in verband werd gebracht met de heilige maagd Maria.

Een Japanse sierkers denk ik.

Ereprijs (Veronica) is een groot geslacht van planten. In Nederland zijn er 23 wilde soorten bekend. Daarnaast zijn er ook nog een aantal soorten in cultuur. Er zijn vaste planten maar er zijn ook soorten die eenjarig zijn. Wereldwijd zijn meer dan 500 soorten bekend.

De paardenbloem (Taraxacum officinale) is een soort uit de composietenfamilie (Asteraceae). In deze familie zijn bloemen sterk gereduceerd en klein en staan ze dicht bij elkaar in een bloemhoofdje. Paardenbloemen zijn heel algemeen. In april kunnen ze hele weilanden geel kleuren. Dat neemt niet weg dat bepaalde micro-soorten en secties zeldzaam kunnen zijn.

De gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) is een vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De bloem ontleende zijn naam aan het Duitse 'Dotter' en het etymologisch verwante Middelnederlandse 'doder' (dodre) wat ‘dooier’ betekent, daarmee verwijzend naar zijn gele kleur

De rode klaver (Trifolium pratense) is een overblijvend kruid uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae ofwel Fabaceae). De rode klaver komt in het wild voor in heel Europa en in noordelijk en Centraal-Azië; zuidelijk vanaf het Middellands Zeegebied tot aan de Noordpoolcirkel. De rode klaver heeft zich ook in Noord-AmerikaAustraliëen Nieuw-Zeeland gevestigd.

De Canadese guldenroede (Solidago canadensis) is een guldenroede, een geslacht uit de composietenfamilie. De plant komt oorspronkelijk niet voor in Europa en is als sierplant ingevoerd. Deze exootgedijt echter goed en verwilderde planten hebben inmiddels een vaste plaats in de Europese flora verworven; ze komt massaal voor op braakliggende grond, industrieterreinenstortplaatsen en langs bosranden en oevers. De in Noord-Amerika voorheen als aparte soort aangemerkte "Solidago altissima wordt tegenwoordig gezien als variëteit van de Canadese guldenroede onder de botanische naam Solidago canadensis var. scabra.

De Gewone rolklaver (Lotus corniculatus var. corniculatus) is een algemeen voorkomende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). De naam rolklaver is aan de plant gegeven vanwege de ronde peulen. 

De gele lis (Iris pseudacorus) is een plant uit de lissenfamilie (Iridaceae). Het is een 0,8–1 m hoge oeverplant van zoet, stilstaand of langzaam stromend water. De plant groeit in water dat tot zo'n 30 cm diep is.

Tulp (Tulipa) is een geslacht van eenzaadlobbige planten uit de Leliefamilie (Liliaceae). Tulpen werden in de westelijke wereld geïntroduceerd door de Weense ambassadeur voor Turkije, Ogier Gisleen van Busbeke, die over de bloemen schreef die hij in 1551 in het Turkse Edirne had gezien. Later zond hij enkele zaden ervan naar Oostenrijk.

Krokus (Crocus) is een geslacht uit de lissenfamilie (Iridaceae), dat 90 soorten omvat. Hiervan is circa een derde deel herfstbloeier.

De krokussen zijn vooral afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Het grootste aantal soorten zijn afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië, met uitzondering van Crocus vernus (L.) Hill, die men tot Centraal-Europa aantreft (Alpen en Karpaten), en een paar soorten zoals Crocus alatavicus Semenova & Reg. en Crocus korolkowii Regel ex Maw, die afkomstig zijn uit de bergen van Centraal-Azië.

Zo mooi, die paarsie krokussen in het bos dat nog winters en dor is.

Bosmuur (Stellaria nemorum) is een kruidachtige, vaste plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). Bosmuur staat op de Belgische Rode lijst van planten als zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Bosmuur komt voor op natte, enigszins rijke grond in loofbossen en heggen in Drenthe en langs beekoevers in Zuid-Limburg.

De Gewone rolklaver (Lotus corniculatus var. corniculatus) is een algemeen voorkomende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). De naam rolklaver is aan de plant gegeven vanwege de ronde peulen.

Een of andere distel.

Witte klaver. De witte klaver (Trifolium repens) is een vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae), die zijn naam te danken heeft aan de overwegend witte kleur van de bloeiwijzen. Het is een bekende soort die voorkomt in graslanden, op gazons en in wegbermen. De soortsaanduiding repens is Latijn voor "kruipend", een verwijzing naar de kruipende stengels.