Grote Stinkzwam, Phallus impudicus

Een doordringende aasgeur in een bos verraadt dikwijls de aanwezigheid van een Grote Stinkzwam. Gewoonlijk staan er enkele bijeen en vaak kunt u in de buurt ook 'duivelseieren'aantreffen. Soms zijn er alleen maar eieren te vinden. Als er één wordt doorgesneden, blijkt onmiddellijk dat het hier niet om een bovist gaat, maar om een jonge Grote Stinkzwam. De paddenstoel ligt namelijk in het gelatineachtige lichaam al geheel klaar. De wittige kern is de toekomstige steel en deze wordt omgeven door de hiermee aan de bovenzijde verbonden kap. 

Van laatstgenoemde is de honingraatachtige structuur echter nog niet te zien, aangezien de cellen gevuld zijn met het sporenvormende vlechtwerk- de olijfbruine gleba of sporenklos.

De steel van de Grote Stinkzwam in wording strekt zich gewoonlijk 's nachts, doorbreekt het geleiachtige omhulsel met een kleine, platte ring en bereikt binnen twee uur zijn volle lengte. 

Daarbij wordt de structuur van het vlees steeds losser en brozer. De gleba begint te verslijmen en lokt met zijn sterke aasgeur veel vliegen aan. Deze nemen met elk slijmdruppeltje duizenden sporen op en zorgen zo voor de verspreiding van de paddenstoel. Wonderlijk genoeg is de stinkzwam in het eivormig stadium eetbaar; hij heeft een radijsachtige smaak.