Roodsteelfluweelboleet, Boletus chrysenteron

 

Van juli tot in de late herfst is de Roodsteelfluweelboleet in loof- en naaldbossen van de meest uiteenlopende samenstelling de talrijkste boleet. De soort mijdt alleen veenbodems en bossen op verweerde leem die kalk bevat.

De hoed is eerst donkerbruin en kleurt vervolgens grijsbruin. Later is hij echter veel opvallender, wanneer hij barsten gaat vertonen die kersrood worden. De opperhuid is dan in velden verdeeld.

De hoed wordt zelden breder dan 10 cm. De lichtgele buisjes verkleuren nauwelijks blauw. Ze worden al snel olijfgroen en hebben, evenals de rest van de paddenstoel, een sterke neiging tot verschimmelen.

Gewoonlijk is de  steel fraai kersrood, maar hij kan ook zuiver geel zijn. Hij is glad of over de lengte iets gestreept. Het sappige vlees wordt in de hoed en het bovenste derde deel van de steel spoedig zacht. De smaak is matig. 

De Roodsteelfluweelboleet wordt vaak aangezien voor de Fluweelboleet (B.subtomentosus). Deze onderscheidt zich echter door de olijfkleurige, wiltige hoed die nauwelijks op0enbarst, de opvallend fraai gele buisjes die niet blauw verkleuren en een bruinachtige steel zonder een spoor van rood. Het vlees is steviger en voor de keuken van meer betekenis, omdat het veel langer goed blijft.

 

Readers Digest: Paddenstoelen West- en Midden-Europa

 

Foto's gemaakt: 11 september 2020 onder eikenbomen en linden.

Maak een Gratis Website met JouwWeb