Gewone Krulzoom, Paxillus Involutus

Vanaf juli verschijnt de Gewone Krulzoom in loof- en naaldbossen. De paddenstoel is vaak heel talrijk en groeit dikwijls samen met de Kastanjeboleet (Boletus Badius). In groenstroken in steden komt hij onder alleenstaande bomen voor. Het is een indicator van zure bodems, dus op kalkgrond zult u vergeefs naar hem zoeken. 

De rand van de olijfbruine, fijn viltige hoed van de Gewone Krulzoom is ingerold. Bij aanraking worden de plaatjes al snel bruin. Het vlees is sappig en ruikt enigszins zurig. Vroeger was de paddenstoel vooral gebakken, heel geliefd, hoewel bekend was dat hij rauw giftig is. Door verhitting wordt het gif weliswaar vernietigd, maar bij herhaaldelijk eten van deze paddenstoelen worden antistoffen gevormd die tot acute leverbeschadigingen met dodelijk gevolg kunnen leiden. 

De consumptie van deze paddenstoel moet dus dringend worden afgeraden!

De Zwartvoetkrulzoom ( P.atrotomentosus) - ook Fluweelpootkrulzoom genoemd- is van de Gewone Krulzoom te onderscheiden aan zijn zwartbruine, viltige, niet kale steel. Hij komt vooral in de buurt van stronken van naaldbomen voor. De Elzenkrulzoom (P. Filamentosus) is een dubbelganger van de Gewone Krulzoom, zij het met levendiger kleuren, een schubbige hoed en zonder ingerolde hoedrand.