Blauw glidkruid (Scutellaria galericulata) is een overblijvende plant die behoort tot de Lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae). Het is een plant van meestal natte, humusrijke grond in riet- en zeggenmoerassen, moerasbossen, langs het water, in duinvalleien en op vochtige, stenige plaatsen. In de duinen komt de plant ook voor op drogere grond. De plant komt van nature voor in de gematigde en koudere streken van het Noordelijk halfrond.

??

Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris subsp. vulgarissynoniemSenecio jacobaea) is een wilde, in de regel tweejarige plant met gele bloempjes uit het geslacht Jacobaea (Jacobskruid). Jakobskruiskruid heeft meestal hoofdjes met een krans van gele straalbloempjes, in tegenstelling tot de ronde bloemhoofdjes van boerenwormkruid. In de duinen en op diverse andere plaatsen in Nederland en Vlaanderen, zoals op de Veluwe komen echter planten voor waarbij de straalbloemen ontbreken, namelijk bij de ondersoort duinkruiskruid (Senecio jacobaea subsp. dunensis).

De eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) is een struik of kleine boom uit de rozenfamilie (Rosaceae) die bijna overal in Europa zeer algemeen voorkomt. Deze soort groeit ook in Siberië en is ingeburgerd in Noord-Amerika. De soort staat bekend als hegplant. De eenstijlige meidoorn kan 10 m hoog worden. De eenstijlige meidoorn wordt veel gekweekt.

Braam is het plantengeslacht met de wetenschappelijke naam Rubus. Het is ook de naam van de vruchten van enkele belangrijke vertegenwoordigers van dit geslacht. Dit artikel behandelt beide begrippen.

De cultuurbraam is ontstaan uit kruisingen van verschillende braamsoorten, waardoor er geen soortnaam aan gegeven kan worden. Meestal worden de rassen van de cultuurbraam daarom onder het geslacht Rubus en de sectie Moriferi gerangschikt.

Wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus L.) is een plant uit de kardinaalsmutsfamilie (Celastraceae). Het is een struik die van nature voorkomt in de Benelux. De plant wordt gemiddeld tot zo'n drie meter hoog.

De (gewone) brem (Cytisus scopariussynoniemSarothamnus scoparius) is een struik uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). De soort lijkt op de aanzienlijk zeldzamere gaspeldoorn, maar heeft geen doorns. De struik kan een hoogte van 2 m bereiken. De takken en twijgen zijn vijfkantig en niet behaard. Wanneer insecten de bloem bezoeken, wordt het stuifmeel op hen afgeschoten. Brem komt zeer algemeen voor, vooral op zandgrondheidevelden, in duinenen langs spoordijken.

Kleefkruid (Galium aparine) is een plant uit de sterbladigenfamilie (Rubiaceae). De plant dankt zijn naam aan het feit dat ze vast blijft zitten aan alles wat er langs strijkt. Dat komt door de vele haakjes die aan de stengel en de vruchten van kleefkruid zitten. Planten en vruchtjes blijven hangen in de vacht van dieren, waaronder vrijwel alle zoogdieren. Zo worden de vruchten over grote afstand verspreid.

Smalle weegbree (Plantago lanceolata) is een vaste plant. De grootte van de plant kan sterk verschillen, maar ze wordt maximaal 0,5 m hoog. De soort begint in West-Europa in de voorzomer te bloeien en er zijn tot in de herfst bloeiende exemplaren te vinden. De bladeren staan allemaal in een bladrozet. Ze zijn lancetvormig en in voedselrijke omstandigheden staan ze opgericht. Onder schrale omstandigheden zijn ze kleiner, ronder van vorm en liggen ze plat tegen de grond. De aar staat op een gegroefde steel en is wat groen-bruinig van kleur. 

Grote wederik (Lysimachia vulgaris) is een vaste plant uit het geslacht wederik (Lysimachia).

Het (knikkendwilgenroosje (Chamerion angustifolium (L.HolubsynoniemChamaenerion angustifolium (L.) Scop.basioniemEpilobium angustifolium L.) is een overblijvende, kruidachtige plant uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae). De Nederlandse naam wilgenroosje is afgeleid van de gelijkenis van de bladeren met die van wilgen. De soortaanduiding angustifolium betekent smalbladig.

Koninginne(n)kruid of leverkruid (Eupatorium cannabinum) is een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De soort wordt 30-170 cm hoog en groeit op vochtige plaatsen, bijvoorbeeld in ruigtes, aan waterkanten, in moerassenrietlanden en vochtige bossen.

De witte klaver (Trifolium repens) is een vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae), die zijn naam te danken heeft aan de overwegend witte kleur van de bloeiwijzen. Het is een bekende soort die voorkomt in graslanden, op gazons en in wegbermen. De soortsaanduiding repens is Latijn voor "kruipend", een verwijzing naar de kruipende stengels. Net als bij andere klaversoorten bestaat het blad uit drie deelblaadjes. Soms komen er planten voor met vier deelblaadjes, het (klavertjevier), dat geluk zou brengen door het te plukken of aan te raken.

De grote kattenstaart (Lythrum salicaria) is een vaste plant uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae). De soortaanduiding salicaria betekent: met blad dat lijkt op een wilgenblad.

Lupine (Lupinus) is een geslacht uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Het geslacht telt zo'n 200 soorten[1] en kent vele hybriden en cultivars. In Noordwest-Europa komt alleen de vaste lupine (Lupinus polyphyllus) in het wild voor. Deze soort is in de 19e eeuw uit Noord-Amerika ingevoerd.

De Gewone rolklaver (Lotus corniculatus var. corniculatus) is een algemeen voorkomende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). De naam rolklaver is aan de plant gegeven vanwege de ronde peulen. Het aantal chromosomen is 2n = 24.

De moerasspirea (Filipendula ulmaria) is een vaste plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). Het is een rechtop groeiende, 0,6-2 m hoge plant.

Vlier (Sambucus) is een geslacht van snelgroeiende heesters of kleine bomen. In de lente dragen ze tuilen van witte of crèmekleurige bloemen, gevolgd door kleine rode, blauwachtige of zwarte vruchten. Ook komt er een vlier met paars blad en roze bloemen voor.

De bessen zijn een belangrijke bron van voedsel voor veel vogels. De vlier is de favoriete gastheer van het judasoor. De vlier is waardplant voor de schemerbladroller, gewone coronamot en grijze kruidenmot, dat zijn microvlinders.

De speerdistel (Cirsium vulgaresynoniemCirsium lanceolatum) is een plant uit het geslacht vederdistel.

De witte klaver (Trifolium repens) is een vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae), die zijn naam te danken heeft aan de overwegend witte kleur van de bloeiwijzen. Het is een bekende soort die voorkomt in graslanden, op gazons en in wegbermen. De soortsaanduiding repens is Latijn voor "kruipend", een verwijzing naar de kruipende stengels. Net als bij andere klaversoorten bestaat het blad uit drie deelblaadjes. Soms komen er planten voor met vier deelblaadjes, het (klavertjevier), dat geluk zou brengen door het te plukken of aan te raken.

De witte dovenetel (Lamium album) is in Europa een algemeen voorkomende, vaste plant. Ondergronds kent de plant ver vertakte uitlopers.

De vierkante, holle stengel is afstaand behaard, De bladeren zijn paarsgewijs tegenoverstaand. Aan de voet van de steel zijn de bladeren hartvormig, aan de top meer langwerpig. De bladeren zijn evenals die van de brandnetel getand. De naam dovenetel is hiervan afgeleid, hij brandt namelijk niet. Bovendien is het sap uit de bladeren van de dovenetel te gebruiken om de pijn van een steek van een brandnetel te verminderen.[1] Hij 'dooft' als het ware de pijn.  [Dat kan ook met de blaadjes van Hondsdraf.]