De Kastanjeboleet, Boletus badius, behoort in de veertig-tot negentigjarige naaldhoutbestanden van het middelgebergte tot de talrijkste boleten. In lager gelegen gebieden, zoals in onze streken, komt hij echter ook in eikenhaagbeukenbossen algemeen voor. De paddenstoel groeit echter uitsluitend op een zure bodem.

Het bruin van de hoed is weinig variabel. Op droge standplaatsen bijvoorbeeld onde grote sparren is deze kastanjebruin en fijn viltig, in vochtige mospollen meer rossig en kleverig glanzend. De buisjes en hun poriën zijn in het begin bleekgeel, later geelgroen. Bij aanraking worden ze blauw. Jonge exemplaren zijn stevig, maar bij oudere is het vlees van de hoed zacht tot slap en vaak vol maden.

De Kastanjeboleet is een goed eetbare, smakelijke paddenstoel. In sommige jaren kan hij in grote hoeveelheden worden verzameld. Grote Kastanjeboleten worden gemakkelijk voor het Gewone Eekhoorntjesbrood (B.edulis) aangezien, maar die verkleurt niet blauw en vertoont bovendien een netwerk op de steel, in ieder geval aan de bovenkant.