Glimmerinktzwam en glimmerinktzwam aan het eind.

Platte tonderzwam

Zwerminktzwam

Glimmerinkstzwam

De kopergroenzwam (Stropharia aeruginosa) is een eetbare paddenstoel[1] die van april tot en met november te vinden is in loof- en naaldbossen.

Gewone hertenzwam

Glimmerinktzwammen en een boomvlieg

Grote parasolzwam

Hertenzwam

Geweizwam

De geweizwam is een kleine, knotsvormige of plat cilindrische zwam tot 6 cm hoog. Aan de bovenkant komen vaak vertakkingen voor, waardoor de gelijkenis met een gewei ontstaat. In hun jeugd zijn ze bedekt met een wit poeder. Dit zijn de sporen die in de ongeslachtelijke fase worden voortgebracht (conidiën). Later in het najaar gaan ze over tot de geslachtelijke fase. De kleur verandert dan naar zwart en de sporen zitten niet meer aan de buitenkant.

Kruisspin die ik uit mijn nek viste. We waren allebei erg geschrokken. Sorry spin!

Kruisspin dichterbij, ik weet niet wat die glanzende bolletjes bij zijn poten zijn. Haar poten. Zijn het je ogen, is het je ste-em? Ik ga maar eens stoppen voor vanavond. Het is al laat, dan word je melig. Morgen verder met gisteren. 

Parelstuifzwam

De saprotrofe houtknotszwam is een algemene soort in Europese en Noord-Amerikaanse loofbossen.[1] Hij is vaak te vinden aan de voet van rottende of beschadigde loofbomen, met name beuken en eiken. Ook komt hij voor in houtachtige struiken of kruidachtige stengels.

De houtknotszwam lijkt sterk op de esdoornhoutknotszwam (Xylaria longipes), maar deze groeit voornamelijk op de dode takken van esdoorns.

Een tak die is ingekapseld door het hout van de wortel van deze beuk. Een proces van jaren. Het heeft zich afgespeeld onder de neus van voorbijgangers. Zoals zich zoveel afspeelt onder onze neuzen, maar we zien niets. Tot het te laat is.

Hertenzwam te midden van een leger uitgebloeide gewone glimmerinktzwammen.

Het stobbezwammetje (Kuehneromyces mutabilissynoniemPholiota mutabilis) is een eetbare paddenstoel die tot de familie Strophariaceae behoort. Alleen de hoed wordt gegeten. De paddenstoelen zijn van april tot eind oktober te vinden.

Gewone zwavelkop

Vermoedelijk Gewoon biggenkruid.

Bont zandoogje

Blaadjes van de zachte ooievaarsbek

Welke hoort er niet bij?

Roodsteelfluweelboleet. Van juli tot in de late herfst is de Roodsteelfluweelboleet in loof- en naaldbossen van de meest uiteenlopende samenstelling de talrijkste boleet. De soort mijkdt allen veenbodems en bossen op verweerde leem die kalk bevat. 

Uit Veldgids Reader"s Digest.

Roodsteelfluweelboleet met boomvlieg.