Gewone Zwavelkop, Psilocybe fascicularis

Op hout komen allerlei soorten bundels vormende plaatjeszwammen voor. Geen enkele is echter zo weinig kieskeurig als de Gewone Zwavelkop. Deze paddenstoel neemt met alle soorten loof- en naaldhout genoegen. Het is niet ongewoon dat wortels die na het rooien  van een boomgaard in de grond zijn achtergebleven, het volgende jaar al door deze soort in bezit worden genomen. Is er inmiddels gras ingezaaid, dan lijkt het net alsof de paddenstoel gewoon op het grasland groeit.

Karakteristiek voor de zwavelkoppen, die voorheen ook in een apart geslacht, Hypholoma, werden ondergebracht, zijn de franjeachtige resten van het bijzonder omhulsel aan de hoedrand, de ringloze steel en de paarsbruine kleur van de sporen. 

Bovendien zijn ze alle levendig geel gekleurd. Enkele zijn in onze streken tamelijk algemene tot talrijk voorkomende soorten.

De gewon zwavelkop wordt gekenmerkt door het feit dat de plaatjes in een vroeg stadium zuiver groen zijn. Tijdens de rijping worden ze donkerder. Het purperbruine stuifmeel ligt dan op de steel en op de hoeden van naburige exemplaren. Het gele vlees is zo bitter als gal. Gebleken is dat deze paddenstoel door de mens niet wordt verdragen en in Japan wordt hij al heel lang als giftig beschouwd. 

Uit Reader's Digest: paddenstoelen.

Rode Zwavelkopjes

Oranjegele tot steenrode, gladde, kegelvormige tot gebolde hoed (Ø 2-8), met lichtere randzone, vaak bedekt met vliezige velumresten, die later door de sporen purperbruin kleuren.

Gewone Zwavelkop

Gewone zwavelkop