Slanke Trechterzwam, Clitocybe gibba

De Slanke Trechterzwam stelt weinig eisen en is dan ook een van de talrijkste soorten van zijn geslacht. Een humuslaag in bossen of parken, onder laanbomen of struikgewas en op grasland is voldoende voor de verschijning van  deze trechterzwam. Het okerbruin van de hoed kan tot lichtgeel verkleuren. Bijna witte exemplaren worden door beginnende paddenstoelliefhebbers vaak voor andere, zeldzamere soorten gehouden. De zijdeachtige hoed wordt al snel trechtervorming en heeft een tamelijk variabele, golvend-gelobde rand. Een kleine bult in het centrum blijft echter meestal behouden. De lichte, dicht bijeen staande plaatjes lopen boogvorming langs de steel af. Anders dan bij overeenkomstige soorten behoudt de steel de kleur van de plaatjes. Een duidelijk kenmerk van de Slanke Trechterzwam is dat hij naar amandelbrood ruikt. Het vlees van de paddenstoel is dun, zodat u er veel nodig hebt voor een maaltijd. De smaak ervan is echter onder meer goed te noemen. Hij is dus uitstekend met andere eetbare paddenstoelen te combineren. 

Naast de Slanke Trechterzwam komen er nog verscheidene andere soorten trechterzwammen voor die veel op hem lijken. Zelfs ervaren paddenstoelenkenners hebben moeite deze uit elkaar te houden.

Uit Reader's Digest: paddenstoelen.