Geven en ontvangen.

vrijdag 3 april 2020

17:23

Bij de supermarkten is het gelukkig een stuk rustiger geworden. Dat scheelt een hoop ge-slalom. Bij de Lidl doen ze het nu net als bij Jumbo. Heel verstandig. Ik heb het niet over egeltjes, die het heel voorzichtig doen maar over de winkelwagens. Die staan nu los, geen muntje meer nodig en er staat iemand bij. Ook hier een blonde meid met paardenstaart, blonde meiden met paardenstaarten schijnen daar geknipt voor te zijn, die de wagentjes desinfecteert, gewapend met spuitflacon in de hand.

 

Goed idee, want gisteren moest je het nog zelf doen, dus iedere klant greep naar een van de spuitflacons met de vieze klauwen. Dan de papierrollen toestand. Dan was je kar wel schoon maar een klauw dubbel vies.

 

Ik heb steevast mijn dunne handschoentjes aan. Die was ik na elk bezoek aan de supermarkt in handzeep. En alle boodschappen gesprayd met dettol.

 

Bij Jumbo was er geen spuitflacon Dettol meer over. Alleen nog gewone flessen. In de huizen is het nog nooit zo schoon geweest.

 

Hij bleef weer op de parkeerplaats op me wachten. Normaal gesproken, in de pre-corona tijd, ergerde hij zich aan die mannen die in de auto blijven wachten tot de vrouw de boodschappen kwam brengen.

Nu zit hij er zelf. Hij gaat graag mee, voor het ritje, en kijkt er zijn ogen uit. Nu was er de rauwdouwer van Sanders schilderwerken, die een karretje pakte en met een flinke vaart achteruit kwam zetten, waardoor de vrouw achter hem een sprongetje maakte om uit zijn buurt te blijven. Gisteren stond er een vrouw bij de winkel de hele tijd over haar neus en kin te wrijven met een zakdoek. Misschien een tactiek om de virussen een rad voor de ogen te draaien.

 

De eerste dag dat hij er stond te wachten, nogal lang, omdat ik niks kon vinden en alleen maar bezig was afstand te houden, zag hij buiten verschillende mensen die verward leken en niet meer wisten waar ze hun auto geparkeerd hadden.

 

Mensen raken gewoon uit hun doen. Klutsen raken kwijt. Ik voel me daarin eindelijk niet alleen. De hele wereld weet niet meer waar de klutsen liggen.

 

We draaien allemaal door. Daar heb je tegenwoordig geen beginnende alzheimer voor nodig.

 

Gisteren zag ik het programma van Floortje aan de ketting, op tv. De titel was iets anders, maar daar komt het wel op neer. Floortje is nu aan Nederland gebonden. Nog kan ze niet stilzitten.

Een vrouw zei hele wijze dingen tegen haar. En ik wist niet eens dat voor Amsterdam een eilandje ligt met een vuurtoren. Bij Durgerdam. Of ik was het weer vergeten. Ik weet niet of ik het ooit heb geweten…zo gaat dat wel vaker tegenwoordig. Mja. Een afgelegen leven op een eilandje, zonder gas, water, licht, met 3 kinderen. Met een beschermd stukje natuur Polder IJdoorn. Maar vaak weten we niet wat er onder onze neuzen zit, behalve virussen.

 

We hebben nog wel in Amsterdam-Noord gewoond, zij het kort, tot de rijnaak water maakte.

Ik was 18, pas getrouwd en stond met natte voeten in het keukendeel. Ik zie me nog staan met de plastic tassen van Dirk van de Broek in mijn handen. Na het werk boodschappen gedaan. Toen ik nog leefde zoals vrouwen dat horen te doen. Werken, boodschappen, huishouden, slapen werken, boodschappen, o ja, koken, huishouden, kinderen, maar die hadden we gelukkig nog niet.

 

We gingen met de pond naar Noord met de fiets. Een auto hadden we ook nog niet. Those were the days.

Vijf jaar eerder had ik hem leren kennen. Bijna 14. Ik moest in die tijd kiezen wat voor vakkenpakket. Even later lag ik in het donker op bed, weken lang, met een acute eczeem explosie, zoals de dokter het toen noemde. Oorzaak onbekend. Kan iets in de lucht zijn geweest, verf, enge stoffen of van spanningen.

 

Gevolg, mijn huid was stuk, zoals iemand die in een vuur gebrand had.

Van onder tot boven. Pus. Ik was pus. Pijnlijke pus.

Ik lag in zelfgekozen quarantaine, beneden waren de slaapkamers in de Akbarstraat, Amsterdam-West, want  ik wilde niet dat mijn vriendje mij zo zag. Later mocht mijn beste vriendin/achternichtje, wel langs komen, met een klasgenootje, en ze zijn zich helemaal gek geschrokken.

 

Alles deed pijn. Liggen, liggen, liggen. Op mijn rug in mijn geval. Ma kwam af en toe even langs of ik nog wat nodig had.

De rest van de familie weet ik niet. Niet. Ze kwamen niet. Ik was weg, uit hun hoofd, wat je niet ziet, bestaat niet.

 

Ik was er wel, maar ik was er niet. Levend begraven. Ik kon net zo goed een geest zijn.

Niemand die zich later afvroeg hoe ik daar psychisch mee omging. Hoe ik er uit kwam.

Ik bestond psychisch niet. Kinderen hadden geen psyche volgens mij.

Toen ons klasgenootje Anneke Tan plotseling was doodgereden op weg naar ons klassenfeest, was er ook geen nazorg of wat voor zorg dan ook. Je zocht het maar uit.

Ik was er kapot van. Daarna werd ik ziek.

 

Elke keer als ik aan haar denk schieten de tranen in mijn ogen. Al bijna 50 jaar. Niet als ik denk aan die weken, die dagen, die maanden, die minuten, met niets en niemand.

 

Het kon toen niemand iets schelen, zo leek het. Live and let die. Ja we gingen als klas naar de uitvaart in Amsterdam. Het was een heel grote 'happening', waar je je alleen maar verloren in voelde. De Chinese familie van Anneke zag er helemaal verloren uit.

 

Nu is het thuis zijn en de dingen doen, die ik altijd al doe, geen probleem. Voor mij niet. Voor ons niet. We hebben al zoveel meegemaakt samen.

Wat zei die vrouw, Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus School of Philosophy, tegen Floortje Dessing in haar nieuwe programma Floortje Blijft Hier?

Als de omgeving plots stil valt, dan val ik zelf eigenlijk ook stil. Zei ze, maar daar heb ik geen last van. Floortje wel. Dat het bijzondere, het avontuurlijke niet altijd elders te vinden is, de schoonheid kan ook in de verstilling te vinden zijn. De uitdaging dat het avontuur ook dichtbij kan zijn.

 

Nou dat had ik destijds ook niet. Ik verstilde inderdaad. Dat was meer een verstening.

Even parafraseren wat ze zei:

"We zijn flexibel in relaties, flexibel in werk, in opleiding, je verliest daar ook wat mee, je verliest de langere duur, je verliest om te weten wat het is om een langdurige relatie te hebben, of werk, of waar je woont. Als je 30 jaar in een buurt woont heb je kinderen op zien groeien, je weet, die mensen gaan me helpen, die kennen me, die verbondenheid heeft hele mooie kanten.

Leven is beperkt, ik kan wel dromen van reizen, maar dat zal niet meer gebeuren, maar ik heb daar geen probleem mee. De betekenis zit niet in reizen, goede verhalen kun je ook vertellen als je alleen maar op de Dam staat.

Misschien moeten we in deze periode maar leren om mooie verhalen te vertellen als we thuis zijn, die kunnen net zo mooi zijn als dat je de hele wereld afreist."

 

Na veel omzwervingen wonen we hier nu ook al een kwart eeuw. Langer dan ooit in Amsterdam. We voelen ons nu vertrouwd, getrouwd, met de omgeving. We hebben de kinderen in de buurt zien opgroeien. Een jongetje, altijd wat stil, rustig spelend in zijn speelgoed kar, is nu minstens 2 meter lang, net als zijn vader en heeft een vriendin. Alle kinderen van toen onze kinderen klein waren, hebben nu gezinnen en vaak kinderen. Mijn generatie is links en rechts opa en oma geworden. We zijn allemaal niet meer piep, dat is zeker. We weten wat we aan elkaar hebben, inmiddels. Daar sta ik regelmatig bij stil. Dat het stil komen te staan, eigenlijk het beste was in ons leven. Wortelen. Een boom wortelt en groeit, leeft, beleeft, geeft, zuurstof, schaduw, pracht, schoonheid, bladeren.

 

En zo is het. Zolang we niet verstenen, zolang we adem kunnen halen, in een veilige omgeving, in de wetenschap dat geliefde nabij zijn, of via skype, of videobellen, dan blijven we geven en ontvangen, dat is toch het leven. Als de zee, geven en ontvangen, geven en ontvangen, geven en ontvangen, zijn…

Het leven is hier, als je kijkt.

Bonnie en Clyde. We kennen elkaar al tien jaar of zo. Ze zijn de baas op de Rietplas. Mij vinden ze wel oké. Groet ze altijd even, en zodra Clyde me hoort en ziet, doet hij lief. Zo zie ik het. Bonnie is altijd meer op de achtergrond. Ieder z'n plek en bestemming. Deze zijn altijd samen. Daarvoor...Amen.

De mama zat met de koters op het eiland of achter het eiland terwijl vaders voorbij zwom, al kakelend, een beetje als een kip aan het keuvelen. Ik dacht, die gaat even sigaretten halen en komt niet weerom. Moeders bleef geluid maken en dat werd steeds luider. Nijlganzen kunnen heel veel lawaai maken. Op gegeven moment komt pa weer terug peddelen, nog zo keuvelend, ja schat, rustig maar, ik kom er al aan. Ma kwam weer tevoorschijn met de kinderen en daar ging het hele groepje met 6 jonge Nijlgansjes naar de kant. 

En zo, is er weer een verhaaltje verteld.